‘Ik ben opgegroeid met een zus die meervoudig gehandicapt was. Zij woonde op een plek die voor mij altijd heel fijn en mooi voelde, met betrokken mensen die voor haar zorgden. Daardoor dacht ik al jong: dit wil ik later ook doen. Na mijn middelbare school ben ik verpleegkunde gaan doen. Binnen Amerpoort kon ik me specialiseren in de gehandicaptenzorg. Daarna heb ik op verschillende locaties gewerkt en uiteindelijk ben ik terechtgekomen bij de LVB-doelgroep.’
ZIEN WAT IEMAND WÉL KAN, DAT IS WAAR DIT WERK OM DRAAIT.
Liesbeth werkt al sinds 2000 in de gehandicaptenzorg. Ze begon bij Amerpoort en werkt inmiddels als persoonlijk begeleider op een woonlocatie voor mensen met een licht verstandelijke beperking. In haar werk ziet ze cliënten vooral als mensen met talenten, wensen en een eigen leven. ‘We hebben het vaak over een beperking, maar ik zie vooral wat iemand allemaal wél kan.’
Hoe ben je in de gehandicaptenzorg terechtgekomen?
Wat is jouw rol in het leven van cliënten?
‘Onze cliënten wonen zelfstandig en hebben echt een eigen leven. Veel mensen koken zelf, hebben hun eigen netwerk en doen veel dingen zonder ons. Tegelijkertijd hebben ze soms ondersteuning nodig, bijvoorbeeld bij financiën, grenzen stellen of in het contact met anderen. Het gaat vaak om net dat steuntje, zodat iemand zo zelfstandig mogelijk kan blijven leven.
Daarom zie ik mezelf en mijn collega’s vooral als een vangnet. Ik werk in een heel fijn team, want dit werk kun je niet alleen doen. Samen vormen we een vaste, vertrouwde en veilige basis voor onze cliënten. We ondersteunen waar dat nodig is, maar nemen het niet zomaar over. Cliënten denken zelf mee over hun hulpvraag, hun zorgbehoefte en hoe ze hun leven willen invullen.
Soms zetten we twee stappen vooruit en weer één stap terug. Maar we blijven vertrouwen houden en kijken steeds wat er nodig is om verder te komen. Als het voor iemand bijvoorbeeld moeilijk is om ’s ochtends uit bed te komen, kan de drempel om naar het werk te gaan steeds hoger worden. Dan kan een luisterend oor genoeg zijn. En soms ga ik mee en breng ik iemand naar het werk, zodat die eerste stap weer lukt.’
Wat vind je soms lastig aan je werk?
‘Juist omdat cliënten zo zelfstandig zijn, maken ze soms ook keuzes die ingewikkeld uitpakken. Vaak komen ze pas bij ons als iets al behoorlijk is vastgelopen. Dan kan er ineens een situatie ontstaan waarvan je denkt: oei, hoe gaan we dit oplossen?
Dat kan bijvoorbeeld gaan over een conflict tussen twee mensen, of over iets praktisch dat helemaal verkeerd is gelopen. Zoiets gebeurt niet altijd op een handig moment, bijvoorbeeld als bijna alle collega’s al naar huis zijn. Dan moet je creatief zijn, rustig blijven en zorgen dat de spanning bij de cliënt zakt. Je kunt niet zeggen: zoek het maar uit, mijn weekend is begonnen. Je moet samen kijken wat er nodig is om de situatie weer hanteerbaar te maken.’
Wat maakt jouw werk zo mooi?
‘Ik heb in de loop van de jaren met verschillende doelgroepen gewerkt, op allerlei niveaus. Wat mij steeds raakt is hoeveel mensen kunnen. We praten vaak over mensen met een beperking, maar ik heb die beperking nooit zo groot gezien. Ik zie vooral mensen die op hun eigen manier genieten, leren, maken, werken en meedoen.
Ik vind het mooi dat wij daaraan kunnen bijdragen. We kijken waar iemands talent ligt en hoe iemand dat kwijt kan. De één vindt sociaal zijn misschien lastig, maar heeft wel veel gevoel voor dieren. Een ander komt tot bloei in het atelier en maakt kunst. Als je ziet hoeveel trots dat geeft, vind ik dat heel gaaf.’