Het kloppende verhaal van Anton

‘Het klopt dat je soms genoegen moet nemen met minder dan je zou willen.

Het klopt ook dat juist een klein spontaan moment bewoners nog weken bijblijft.

Structuur is belangrijk, maar plezier net zo goed.

Anton is teamleider bij ouderinitiatief Huizer-maatjes, een kleinschalige woonvorm in Huizen waar achttien jongeren met een verstandelijke beperking wonen. Eerder werkte Anton al in de gehandicaptenzorg, onder meer met mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag. Daarna maakte hij uitstapjes naar de forensische psychiatrie en ambulante gezinsbegeleiding. Maar de gehandicaptenzorg bleef trekken. ‘Ik miste het om echt ondersteunend te zijn in het dagelijks leven. Zorgen voor rust, veiligheid én een beetje plezier.’

Wat spreekt jou zo aan in de gehandicaptenzorg?

‘Ik vind het mooi dat je echt van betekenis kunt zijn in iemands dagelijks leven. Iedereen heeft weleens een slechte dag. Wij kunnen dan vaak nog denken: vandaag is niet mijn dag, morgen probeer ik het opnieuw. Voor mensen met een verstandelijke beperking is dat soms veel moeilijker. Dan hebben ze begeleiding nodig die helpt om weer rust te vinden. Als begeleider ben je er juist op die momenten. Je helpt iemand om alles weer te overzien, spanning kwijt te raken of opnieuw te beginnen. Niet door alles over te nemen, maar door rust, grenzen en veiligheid te bieden. Ook als een dag niet gezellig was, slaan we daarna altijd samen de bladzijde om.’

Je werkt bij een ouderinitiatief. Wat maakt dat bijzonder?

‘Een ouderinitiatief betekent dat ouders zelf het initiatief hebben genomen voor een woonvorm voor hun kinderen. Daardoor is de betrokkenheid van ouders heel groot. Dat vind ik mooi. Zij kennen hun kinderen natuurlijk door en door. Tegelijkertijd vraagt het ook veel afstemming. Je werkt niet alleen met bewoners en collega’s, maar ook heel nadrukkelijk met ouders. Dat werken in de driehoek vind ik interessant, omdat iedereen uiteindelijk hetzelfde wil: dat bewoners goed wonen, zich veilig voelen en zich kunnen ontwikkelen.’

Wat vind je soms lastig?

‘Ik wil graag het beste uit bewoners én uit het team halen. Maar dat kan niet altijd. Door werkdruk, ziekte of krappe bezetting moet je soms genoegen nemen met minder dan je zou willen. Als er rust en stabiliteit is, kun je met elkaar voor een acht gaan. Soms moet je tijdelijk accepteren dat een vijf of zes ook goed genoeg is. Dat vind ik lastig, omdat ik van nature hard loop en veel energie heb. Ik wil vooruit. Maar in dit werk ga je soms twee stappen vooruit en daarna weer één terug. Of soms zelfs meer. Dan moet je geduld hebben en blijven kijken naar wat wél kan.’

Waar krijg jij energie van in je werk?

‘Ik vind het heel leuk dat ik als teamleider niet alleen achter een computer zit, maar ook meedraai op de groep. Dat vind ik belangrijk, want je kunt pas goed leidinggeven als je ook echt begrijpt hoe het op de vloer gaat. Ik vind het heerlijk om mijn team mee te nemen in mijn enthousiasme. In de zorg kun je snel in een vast stramien terechtkomen. Natuurlijk is structuur belangrijk. Dat geeft bewoners voorspelbaarheid en veiligheid. Maar structuur moet geen automatische piloot worden. Ik hoop dat collega’s ook creatief durven zijn en soms iets anders proberen. Het hoeft niet groots te zijn. Soms maakt juist een klein spontaan moment het verschil.

Zoals laatst, op een vrijdagavond. Dan kun je na het eten meteen doorgaan met alle zorgmomenten, omdat dat nu eenmaal het vaste ritme is. Maar we zijn eerst samen koffie en thee gaan drinken en hebben daarna spontaan verstoppertje gespeeld. Heel simpel eigenlijk, maar bewoners hadden het er twee weken later nog over. Dat laat voor mij precies zien waarom plezier zo belangrijk is. Als er ruimte is voor ontspanning, humor en contact, zie je soms ineens een andere kant van iemand. Bewoners voelen het als de sfeer goed is. En als zij daar blij van worden, dan weet je weer waarvoor je dit werk doet.’